Nieuw onderzoek door de Economist Intelligence Unit, gesponsord door Ricoh, laat zien dat snelle culturele en technologische veranderingen veel Europese bedrijven te zelfverzekerd hebben gemaakt over de ware snelheid waarmee hun organisatie reageert op verandering. Managers vergelijken hun bedrijf drie keer vaker met een speedboot (48 procent) dan met een supertanker (17 procent), terwijl ze het tegenovergestelde denken over hun concurrenten. 92 procent zegt daarnaast dat snelheid onderdeel is van de bedrijfscultuur. Driekwart geeft echter aan dat ze niet snel genoeg op veranderingen reageren en slechts 24 procent kan snel profiteren van nieuwe mogelijkheden of zich aanpassen aan onverwachte veranderingen.

De realiteit is dat Europese bedrijven, terwijl ze proberen om sneller te veranderen, worden gehinderd door drie factoren: snel ontwikkelende arbeidskrachten, technologiegedreven ontwrichting en onderliggende essentiële bedrijfsprocessen die ervoor zorgen dat de verandering blijvend is. De resultaten uit het onderzoek kunnen worden gezien als een waarschuwing aan managers om niet zelfingenomen te worden door bevindingen uit een recent rapport van het World Economic Forum over het verbeteren van de economische concurrentiepositie. Dit rapport geeft aan dat Europese landen over het algemeen op een groot aantal gebieden “achterlopen op de Verenigde Staten, Japan en Canada in het bouwen van een slimmere economie”.

Het nieuwe rapport van de Economist Intelligence Unit, genaamd The Challenge of Speed, laat zien dat de snelst veranderende Europese bedrijven excelleren op drie kerngebieden: product- en dienstverleningsinnovatie, het gebruik van nieuwe technologie en het aanpassen van bedrijfsprocessen. Het is belangrijk dat deze factoren hand in hand gaan. Er zijn in de praktijk echter maar weinig bedrijven die deze drie vakjes kunnen aanvinken. Slechts één op de drie (29 procent) kan snel processen herinrichten om verandering te ondersteunen. Bovendien zijn bij de bedrijven die wel snel kunnen veranderen, de meest succesvolle veranderinitiatieven afkomstig van lijnmanagers en afdelingshoofden. Bedrijven waarbij verandering wordt geïnitieerd door het topmanagement lijkt een achterstand op te lopen ten opzichte van de concurrentie. Het is twee keer zo waarschijnlijk (53 procent) dat zij zeggen in de komende drie jaar iets sneller te moeten handelen, vergeleken met een bedrijf waarin verandering afkomstig is van afdelingshoofden (27 procent).

“Voor veel managers wordt de mate van succes versluierd door de druk en de complexiteit om de bedrijfsvoering te veranderen van een traditionele naar een meer digitale manier van werken”, zegt Mark Boelhouwer, CEO Ricoh Nederland. “Zoals het nieuwste onderzoek laat zien, kunnen de voordelen van een snel aanpassingsvermogen alleen worden bereikt wanneer innovatie, geoptimaliseerde bedrijfsprocessen en betrokkenheid van werknemers gelijktijdig worden geïmplementeerd. Topmanagers hebben daarnaast weinig tijd; het is dus een geruststellende gedachte dat door het verleggen van een deel van de verantwoordelijkheid geprofiteerd kan worden van meer wendbaarheid en succesvollere veranderinitiatieven.

Het verbergen van de ware mate van verandering kan ook worden toegeschreven aan de uitdagingen en obstakels binnen Europese bedrijven. De belangrijkste barrière voor meer wendbaarheid is het onvermogen om technologische platforms effectief te koppelen. Dit leidt onvermijdelijk tot geïsoleerde informatiesystemen en zorgt ervoor dat managers de veranderingen in het gehele bedrijf niet kunnen overzien. De een-na-belangrijkste barrière is van culturele aard. Managers geven aan dat zij moeilijkheden ondervinden bij het aanleren van één gezamenlijke aanpak bij werknemers, bedrijfsonderdelen en functies. Slechts één op de tien respondenten gelooft dat er duidelijkheid is over de koers van verandering bij zowel het managementteam als bij eerstelijnsmedewerkers. Dit duidt op een culturele botsing tussen werknemers – waarvan er veel tot de digitaal geletterde generatie Y behoren – en hun meer traditioneel denkende managers wanneer ze proberen in verschillende richtingen vooruit te gaan. Dit wordt versterkt door bureaucratische processen. Slechts 36 procent van de respondenten zegt dat zijn bedrijf onnodige goedkeuringen en controles elimineert in de zoektocht naar meer snelheid.

Het hoge tempo waarin technologie markten ontwricht en relaties met klanten hervormt, heeft de organisatorische wendbaarheid bovenaan de zakelijke agenda gezet”, vervolgt Boelhouwer. “Snelle bedrijven zijn niet alleen innovatief en enthousiaste volgers van nieuwe technologie, maar ze zijn ook in staat om essentiële bedrijfsprocessen te veranderen. Zo brengen zij echte organisatorische veranderingen teweeg en betrekken ze werknemers bij dit proces. Alleen door alle drie de gebieden te herzien, zijn managers in staat om hun bedrijf in zijn geheel te ontwikkelen. Pas dan kan echt worden gezegd dat snelheid een onderdeel is van hun cultuur en dat zij een manier van werken hanteren die nodig is om in de toekomst succes te behalen.”

 

 

Rate this post

Print Friendly