De concurrentie op de Nederlandse postmarkt wordt heftiger, de onderlinge strijd grimmiger. Ook aanbesteders gaan hiermee geconfronteerd worden. Reden? Het ontbreken van concurrentie op postale deelgebieden.

Hoezo??

Uitgangspunt bij aanbesteding is dat een perceel uiteindelijk aan slechts één inschrijver gegund wordt. Deze inschrijver heeft dan voldaan aan de gestelde minimumeisen en uitgangsvoorwaarden en heeft de hoogste score behaald met betrekking tot het gunningscriterium. De winnaar heeft daarmee alle andere inschrijvers in het stof laten bijten. Proficiat! Maar is dit altijd een prestatie op eigen mérites van de winnende inschrijver of slechts een gevolg van de door aanbesteder geconstrueerde perceelindeling?

Ingeval er een dienstverlening aanbesteed wordt, omvat de gevraagde dienstverlening veelal een breder assortiment aan dienstverleningsaktiviteiten. Je kunt als het ware de moeilijkheidsgraad van de gevraagde aktiviteiten inschalen op een as die loopt van eenvoudig tot moeilijk, van weinig infrastructuur vragend tot een uitgebreide infrastructuur vragend etc. Dit is zeker het geval bij Postdiensten.

Aan de andere kant zijn de dienstverlenende bedrijven verschillend van aard en verschillen zij met name in de mate waarin zij de gevraagde dienstverleningsaktiviteiten kunnen uitvoeren.

Bij de indeling van percelen heeft een aanbesteder een scala aan mogelijkheden: hij kan streven naar een homogene inhoud per perceel –hetgeen zal leiden tot meerdere percelen- of hij kan streven naar zo weinig mogelijk percelen –hetgeen zal leiden tot een zeer heterogene inhoud van de gekozen percelen-. In alle gevallen kan een perceel slechts gegund worden aan een inschrijver die in staat is om de dienstverleningsaktiviteit die binnen het perceel het hoogste moeilijkheidsniveau heeft of de uitgebreidste infrastructuur vraagt, aan te bieden. Een voorbeeld: wanneer aanbesteder alle gevraagde postdiensten samenvoegt in één perceel –waaronder aangetekende post en antwoordnummers- is slechts TNT in staat om hieraan uitvoering te geven. Ook al zou het volume van deze gevraagde deelaktiviteit minimaal zijn, de andere postbedrijven kunnen deze service niet bieden en zijn daarmee uitgesloten van inschrijving tenzij zij een samenwerkingsrelatie met TNT overeenkomen hetgeen in de huidige marktsituatie niet snel zal gebeuren.

Aanbesteders echter verkrijgen de beste aanbestedingsresultaten wanneer zij streven naar maximalisatie van de inschrijvingsconcurrentie. Dit kunnen zij realiseren door de gevraagde dienstverlening zodanig te verdelen in percelen dat de gevraagde aktiviteit per perceel min of meer homogeen is en aansluit bij het bedrijfsproces en de mogelijkheden van de postbedrijven.

Zijn aanbesteders vrij in hun keuze van perceelindeling? Ja, aanbesteders zijn vrij in hun keuze van perceelindeling zolang er een situatie van concurrentie resteert. En hier ligt de crux bij de aanbesteding van postdiensten: met weinig moeite kan de perceelindeling zodanig gekozen worden dat alleen TNT volledig aan het gevraagde kan voldoen waardoor alle andere postbedrijven uitgesloten worden.

Komt een aanbesteder die deze route volgt, hiermee weg? Ja en neen: hij komt er mee weg zolang de nieuwe postbedrijven geen procedure aanspannen. Zodra zij dit wel doen, zal aanbesteder worden teruggefloten en dit des te heftiger wanneer aangetoond wordt dat aanbesteder door inschrijver(s) van tevoren –tijdens de vragenronde en in de vorm van een vraag danwel van een opmerking- indringend gewezen is op de consequenties van de gekozen perceelindeling, al dan niet met de mededeling dat het vasthouden aan deze perceelindeling alsdan zal leiden tot juridische bezwaarprocedures.

Aanbesteder zal dan geconfronteerd worden met “het Grossmann-arrest in omgekeerde richting” waarbij de uitspraak onder meer zal luiden: “U –aanbesteder- heeft geen wijziging aangebracht in het bestek in casu de perceelindeling ondanks het beroep dat schriftelijk ingebracht is door inschrijver(s) houdende vaststelling van specificaties van het bestek met een discriminerend karakter doordat zij een monopolistische inschrijvingssituatie bevorderen en daarmee overige inschrijvers(s) beletten op zinvolle wijze deel te nemen aan de betrokken aanbestedingsprocedure ”.

Ergo, de vraag is niet óf een dergelijke procedure gaat komen maar slechts wannéér!

Rate this post

Print Friendly