De onlangs gepubliceerde rijksbrede aanbesteding van blanco papier bevat een noviteit: een uitsluitingscriterium waarmee de vrijheid van inschrijving beperkt wordt met betrekking tot de prijsstelling door inschrijvers. De hamvraag is: ligt dit óp of óver de grens van de aanbestedingsregels??

Het uitsluitingscriterium is opgenomen in het prijsmodel en is als volgt te omschrijven:

Er worden 4 papiersoorten onderscheiden: Rijksbank papier, off-white papier, licht-gekleurd en donker-gekleurd papier.

Per papiersoort wordt het 80-90 grams A4, A3 en SRA3 als referentie genomen bij de vaststelling van de prijs voor 75 grams resp. 120 grams of zwaarder A4, A3 en SRA3: voor deze papiersoorten die qua gewicht afwijken van het referentiegewicht mag een tarieftoeslagfactor ingevuld worden waarmee inschrijver kan aangeven of hij het papier met afwijkend gewicht wil aanbieden tegen dezelfde prijs als het 80-90 grams papier of tegen een afwijkende prijs.

De noviteit zit nu in het gegeven dat aanbesteder een range voorschrijft waarbinnen de op te geven toeslagfactor moet liggen, met een minimumwaarde van 1 en een per produkt verschillende maximumwaarde, met daarbij de mededeling “Let op: een waarde (van de tarieftoeslagfactor) lager dan 1 of hoger dan het aangegeven maximum betekent uitsluiting.”

De keuze door aanbesteder van de minimum- en maximumwaarden betekent een belemmering voor inschrijver van zijn recht op vrije prijsbepaling: geen enkel product mag lager geprijsd worden dan het betreffende referentieproduct en geen enkele product mag hoger geprijsd worden dan het door aanbesteder opgegeven maximum en dit op straffe van uitsluiting.

Opmerkelijk is dat aanbesteder kiest voor uitsluiting en niet voor het inrichten van een prijsscoremodel waarin het opgeven van een toeslagfactor kleiner dan het aangegeven minimum van 1 ontmoedigd wordt door geen extra scorepunten toe te kennen (boven het maximum van 100) en het opgeven van een toeslagfactor groter dan het aangegeven maximum ontmoedigd wordt door het behaalde aantal prijsscorepunten gelijk te stellen aan nul. Toepassing van een dergelijke ontmoedigingsmethodiek –zoals in 2009 toegepast bij de rijksbrede aanbesteding postale diensten binnenland- respecteert in ieder geval de vrijheid van inschrijver om zonder externe belemmering en uitsluitingsdreiging zijn inschrijvingstarieven te bepalen binnen de spelregels van het tariefscoremodel.

Aanbesteder ontzegt nu inschrijver de vrijheid om binnen een gevraagd assortiment producten aan te bieden tegen een lagere prijs dan het product dat door aanbesteder bestempeld is als ‘referentieproduct’. Daarenboven ontzegt aanbesteder inschrijver de vrijheid om niet-referentieproducten duurder aan te bieden dan de waarde die voortvloeit uit de door aanbesteder vastgestelde maximale toeslagfactor.

Naar mijn mening is dit uitsluitingscriterium in strijd met de aanbestedingsregels. Extra pikant is dat het de vrijheid van prijsvorming beknot terwijl de Europese aanbestedingswetgeving zich juist richt op vrijheid van prijsvorming door inschrijvers. Daarbij is dit uitsluitingscriterium totaal overbodig indien het scoremodel op een andere wijze ingericht zou zijn.

In eerdere artikelen heb ik aangegeven dat een goede aanbestedingsarchitectuur –waarbinnen met name ten aanzien van niet-juridische aspecten zoals ter beschikking te stellen informatie, perceelstructuur, tariefaanpassingsmethodiek en scoremodel evenwichtige keuzes te maken zijn- gepaard gaat met het achterwege blijven van additionele juridische kosten die voortvloeien uit het weerleggen van klachten en bezwaarprocedures.

Ik vrees dat dit bij deze rijksbrede aanbesteding niet het geval zal zijn!


Auteur:  John Tabbers, onafhankelijk aanbestedingsadviseur te Waalre

Rate this post

Print Friendly