• Auteursrechtelijk beschermd kopieervolume 8x hoger in 15 jaar
  • Reprorecht kosten stijgen in 2010 met 279%: van € 0,29 naar € 1,10 per leerling
  • Stijging in 2011: 20% en in 2012: 8%
  • Reprorecht kost onderwijs 2 miljoen euro
  • Rekening in schooljaar 2010-2011 € 2,14 per leerling

Scholen zijn de afgelopen jaren veel meer gaan kopiëren uit auteursrechtelijk beschermde werken, ook wel reprorechtplichtig materiaal genoemd. Dat blijkt uit recent onderzoek van de Stichting Reprorecht. Een stijging van de reprokosten per leerling is dan ook onontkoombaar. De VO-raad, de PO-raad en de Stichting Reprorecht hebben een nieuwe collectieve afkoopregeling afgesproken op basis van de onderzoeksgegevens.

Afkoopregeling Reprorecht

De afkoopregeling voor reprorecht bestaat al jaren: scholen betalen volgens die regeling een bedrag per leerling, per jaar van € 0,29. Dit bedrag is echter gebaseerd op het aantal kopieën dat scholen midden jaren ’90 maakten. Uit het onderzoek blijkt dat scholen inmiddels acht à negen keer zo veel kopieën maken. Op basis daarvan een nieuwe vergoeding overeengekomen van € 0,53 voor het primair onderwijs (PO) en € 1, 10 het voor voortgezet onderwijs (VO).

De PO-raad en VO-raad hebben een korting bedongen, omdat ook Stichting Reprorecht er voordeel bij heeft: de collectieve regeling maakt de uitvoering een stuk goedkoper. Scholen betalen in de collectieve regeling structureel aanzienlijk minder dan wanneer zij individueel tot overeenstemming moeten komen, stellen de partijen.

De bedongen korting is in 2010: 50%, in 2011: 40% en in 2012 en verder 35%.  Voor scholen betekent deze afspraak een kostenstijging van 279% in 2010, 20% in 2011 en 8% in 2012. In 3 jaar tijd stijgen de kosten met 390%, van € 0,29 naar € 1,42 per leerling.

Doordat scholen gezien het feitelijke kopieerbedrag jarenlang een relatief laag bedrag betaalden, zijn de nieuwe bedragen ondanks de korting beduidend hoger. De hogere kortingspercentages in de beginjaren maken de overgang minder groot. Desondanks zal deze verhoging voor veel scholen als een donderslag komen en een aanslag betekenen op de krappe budgetten.  De Stichting Reprorecht betrekt de leerlinggegevens bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO, voorheen CFI) van het ministerie van OCW.

Om scholen niet met abrupte kostenstijgingen te confronteren worden scholen voor schooljaar 2009/2010 rond deze tijd nog gefactureerd op basis van het oude bedrag van € 0,29 per leerling. In oktober 2010 volgt dan een tweede factuur ten bedrage van de rest van de verschuldigde vergoeding (zo’n € 0,81 per leerling). Het bedrag voor 2010/2011 zal worden gefactureerd middels één factuur, in het voorjaar van 2011.

In het schooljaar 2010-2011 dienen scholen derhalve een aanzienlijk hoger budget te reserveren voor de bekostiging van de reprorechtvergoeding: € 0,81 over 2010 en € 1,32 over 2011.

Een VO-leerling kost gemiddeld € 5.600 per jaar, dit is onder andere voor personeel, gebouwen en  onderwijsmaterialen. Binnen het totale budget is Reprorecht slechts 0,024%. Binnen onderwijz zijn de meeste kosten echter niet beïnvloedbaar en valt Reprorecht in het aanzienlijk lagere operationele budget.

Het onderzoek

Voor dit onderzoek zijn gegevens verzameld op basis van een accespanel van TNS NIPO. Uit dit panel zijn leerlingen en docenten geselecteerd. Deze deelnemers hebben een week lang alle kopieën die zij maakten of via de school kregen geregistreerd. Daarnaast is aan directies van scholen in het primair en voortgezet onderwijs gevraagd gegevens te verstrekken over het jaarlijks aantal kopieën, personeelsleden, kopieermachines en leerlingen. Vervolgens is aan leerlingen en docenten gevraagd om gedurende een week de losse kopieën en digitale informatie bij te houden. Hieraan hebben bijna 3000 mensen meegewerkt. Om een goed beeld te krijgen, is dit in een periode van een halfjaar vier keer gedaan. Aldus was men in staat vast te stellen om welk jaarvolume aan kopieën het feitelijk ging. In het onderwijs is niet alles auteursrechtelijk beschermd. Dit is in de wet geregeld. Grosso modo komt het erop neer dat boeken, tijdschriften, kranten en knipselkranten auteursrechtelijk beschermd zijn. De rest is dat niet. Op basis van het onderzoek wordt aangenomen dat 14% van de gemaakt kopieën auteursrechtelijk beschermd zijn. bron Reprorecht

750 kopieën per leerling in basisonderwijs

In het basisonderwijs worden jaarlijks 1.195.798.000 kopieën gemaakt. In het speciaal basisonderwijs zijn dat er 38.940.000. Daarvan is 14% auteursrechtelijk beschermd, ofwel 167.412.000 respectievelijk 6.230.000 kopieën. Vergeleken met een eerder onderzoek uit 2001 (dat niet heeft geleid tot aanpassing van de afspraken) is er een forse toename van het aantal gemaakte kopieën per leerling. In 2001 was dat 571 kopieën, nu ligt dat aantal op 750 kopieën per leerling. Een groei van 31%.

Collectief versus individueel

Het vergoeding voor reprorecht is zonder collectieve regeling € 0,011 per auteursrechtelijk beschermde kopie. De onderwijsinstelling dient dan zelf bij te houden hoeveel werk er wordt gekopieerd. Dit brengt veel administratie met zicht mee, waardoor veel instellingen kiezen voor de collectieve afspraak.  Voor VO-scholen die beduidend minder dan 120 auteursrechtelijk beschermde afdrukken per leerling  per jaar maken kan een individuele regelijk aantrekkelijk zijn (50 afdrukken voor PO). Bij een individuele regeling heeft de dirsctie namelijk wel mogelijkheden om sturend op te treden en kosten te reduceren.

Onderwijs spekt Reprorecht kas

Volgens het CBS zijn er 1.500.000 leerlingen in het basisonderwijs en 935.000 leerlingen in het voorgezet onderwijs. Deze aantallen zijn de afgelopen jaren redelijk stabiel. Met de afgesproken regeling ontvangt de stichting Reprorecht in 2010 dus 935.000 x € 0,53 + 1.500.000 x € 1,10 = € 1.823.500, en in 2012 loopt dit op tot: 935.000 x € 0,68 + 1.500.000 x € 1,42 = € 2.347.700

Creative Commons

In de nieuwe regeling is digitaal kopiëren nog niet opgenomen. Hierover wordt de komende tijd nog verder gesproken tussen de betrokken partijen. Als hierover overeenstemming wordt bereikt, kan ook digitaal gebruik van werken waarop auteursrecht rust in deze regeling worden opgenomen. De verwachting is dat daardoor de kosten verder zullen stijgen en het voor het onderwijs steeds aantrekkelijker wordt om met rechtenvrije ‘creative commons’ informatiebronnen te gaan werken.

Hierbij gaat het alleen over korte stukjes uit boeken en magazines  en niet over het overnemen van langere stukken. Hiervoor is een andere regelling, de PRO-regeling van toepassing. Ook via deze regeling worden aanzienlijke bedragen geïnd, met name binnen HBO en universitair onderwijs.

Dat er een vergoeding betaald wordt aan de rechthebbende is in principe fair. Of je daarvoor de last bij het onderwijs moet leggen is wel een afweging. Het is de taak van de de Stichting Reprorecht om de ontvangen vergoedingen te verdelen onder de rechthebbenden, de auteurs en uitgevers. De wijze waarop dit ebeurd is al jaren een bron van discussie, maar valt buiten dit artikel.

Rate this post

Print Friendly