Turnhout, 18 juni 2010 – Het Vlaams Innovatiecentrum voor Grafische Communicatie (VIGC) start binnenkort, samen met enkele andere onderzoekscentra in Europa, een diepgaand onderzoek naar problemen met de bedrukbaarheid van papier. Binnen dit project, PrintIP genaamd, doen een vijftal kenniscentra in Europa onderzoek naar typische fenomenen als ‘mottling’, ‘stricking-in’ en ‘picking’. Met een totale inzet van een achttal onderzoekers gedurende twee jaar wordt dit een vrij ambitieus project. Voor het VIGC betekent dit een nieuwe stap in haar groei als kenniscentrum voor de grafische industrie. 

“De grafische sector gebruikt nog veel te weinig systematisch en grondig onderzoek naar specifieke problemen, zelfs indien deze belangrijke verliezen veroorzaken. Problemen worden meestal met een ‘trial and error’ methodiek benaderd, als ze al worden aangepakt”, zegt Eddy Hagen, directeur en trendwatcher van het VIGC. “In heel wat andere sectoren gebeurt wel ‘collectief onderzoek’ naar gemeenschappelijke problemen op een systematische, diepgaande manier. Met het PrintIP-project wil het VIGC een gelijkaardige aanpak naar de grafische sector brengen. Samen kunnen we immers veel meer bereiken. En zo kunnen we problemen die nu zo goed als oncontroleerbaar zijn, problemen die we anders pas na het drukken zien, beter aanpakken. Zo beperken we, of elimineren we misschien, de verliezen”.

Binnen het PrintIP-project worden drie zeer specifieke problemen aangepakt: mottling, stricking-in en picking. De ultieme doelstelling is om te komen tot een set van ‘quick and dirty’ testmethodes die door de drukker zelf kunnen uitgevoerd worden. “Papierfabrikanten kunnen een groot aantal testen doen, maar dit vraagt zeer specifieke apparatuur en uiteraard mensen die daarvoor opgeleid zijn. Die testmethodes zijn dan ook onbruikbaar voor een drukkerij. Een snelle manier om mogelijke problemen vast te stellen is enorm waardevol”, vervolgt Eddy Hagen.

In het consortium is er zowel expertise op het vlak van papier als op het vlak van bedrukking aanwezig. Fogra en de Papiertechnische Stiftung zijn waarschijnlijk de bekendste namen onder de deelnemers. Minder gekend zijn het Waalse Celabor en het Spaanse Aido. Alle partners werden geselecteerd omwille van hun specifieke expertise, die noodzakelijk is voor het welslagen van het project.

Inbreng bedrijven

PrintIP is een ‘collectief’ onderzoeksproject. Dat betekent onder andere dat er een gebruikersgroep samengesteld wordt , die regelmatig op de hoogte gehouden wordt van de voortgang van het onderzoek en van de onderzoeksresultaten. De gebruikersgroep zal ook actief input geven bij de onderwerpen, bv. door concrete ervaringen uit te wisselen. Op die manier wordt er snel en gericht gewerkt én is het resultaat iets waar de sector ook mee vooruit kan. Dat is immers de doelstelling van een collectief onderzoeksproject: de sector moet er beter van worden.

Naast deze inhoudelijke inbreng is er ook een financiële inbreng van bedrijven noodzakelijk. “De verschillende overheden die dit project subsidiëren rekenen op een financiële participatie van de sector: ze vragen dat ook deze haar verantwoordelijkheid opneemt. In het geval van het VIGC en de Vlaamse Overheid moet 20% van het VIGC-budget door de sector zelf ingebracht worden”, aldus Eddy Hagen. “Tegenover deze financiële inbreng staan uiteraard ook exclusieve voordelen, zoals een nauwe betrokkenheid bij het testwerk. Het VIGC voorziet hiervoor verschillende formules die een duidelijke return hebben voor de deelnemende bedrijven. Deelname staat trouwens eveneens open voor bedrijven die niet in het Vlaamse Gewest gevestigd zijn: ook Brusselse, Waalse en Nederlandse bedrijven zijn welkom.”

Uitbreiding expertise

Dit nieuwe project betekent voor het VIGC ook een uitbreiding van het opdrachtenpakket. In dit kader zal een nieuwe senior consultant aangeworven worden. Er wordt specifiek uitgekeken naar iemand met ervaring met inkt en papier. “Het is weinig bekend, maar het VIGC heeft al wel wat expertise rond inkt en papier in huis. Expertise die we voornamelijk bij individuele adviezen voor drukkerijen inzetten, bv. voor begeleiding naar de ISO 12647-standaard. Maar gezien de grootte van het PrintIP-project moeten we onze kennisbasis verder uitbreiden en zoeken we actief naar een nieuwe medewerker”, verduidelijkt Eddy Hagen.

Rate this post

Print Friendly