De uitspraak van het Gerechtshof te ’s-Gravenhage in de door de Werkgeversvereniging Postbedrijven Nederland en Sandd en Selektmail (Deutsche Post) aangespannen procedure tegen de Staat is een belangrijke steun in de rug voor de nieuwe postbedrijven. Ten onrechte wordt de uitspraak van het Gerechtshof als een verlies voor de nieuwe postbedrijven aangemerkt. Weliswaar vernietigt de rechter in hoger beroep het eerdere vonnis van de kortgedingrechter waarbij de nieuwe postbedrijven in het gelijk werden gesteld, maar de motivering voor deze afwijzing is buitengewoon belangrijk.

De postbedrijven zijn een kortgeding aangevangen tegen de inwerkingtreding van het Tijdelijk besluit arbeidsovereenkomst post (“de amvb”), omdat deze hen verplichtte om per 1 januari 2010 al hun postverspreiders werkzaam te doen zijn op basis van een arbeidsovereenkomst. Deze verplichting geldt niet indien zij gebonden zijn aan een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) die voldoet aan de eisen van de amvb. Volgens de Staat en de betrokken vakbonden zou de door de nieuwe postbedrijven begin 2009 gesloten cao voor de postverspreiders niet aan deze eisen voldoen. In tegenstelling tot de cao houdt de amvb geen rekening met de marktomstandigheden en schrijft deze gefixeerde ingroeipercentages voor. De nieuwe postbedrijven waren het daar niet mee eens stapten daarom naar de rechter.

Anders dan de Staat en de vakbonden steeds hebben volgehouden, oordeelt het Gerechtshof nu dat de cao zoals gesloten door de nieuwe postbedrijven wel volledig voldoet aan de eisen van de amvb. Van diezelfde cao maakt volgens het Gerechtshof een (flexibel) ingroeimodel deel uit, op grond waarvan de nieuwe postbedrijven gefaseerd arbeidsovereenkomsten aanbieden aan hun postverspreiders. Aan de hand van jaarlijks stijgende ingroeipercentages streven de nieuwe postbedrijven ernaar om overeenkomstig de cao in oktober 2012 80% van hun postverspreiders werkzaam te laten zijn op basis van een arbeidsovereenkomst. Dat ingroeimodel uit de cao houdt rekening met de omstandigheden op de pas geliberaliseerde postmarkt (zoals het krimpen van de postmarkt, de ontwikkeling van de marktprijzen, etc.), de economische positie van de nieuwe postbedrijven (de groei van hun postvolumes) en de bereidheid onder de postverspreiders om werkzaam te zijn op basis van een arbeidsovereenkomst.

Het Gerechtshof oordeelt nu in hoger beroep klip en klaar dat de amvb van de Staat voor de leden van de WPN niet geldt omdat zij een goede cao hebben afgesloten met de vakverenigingen. Kortom, dankzij de uitspraak van het Gerechtshof kunnen de nieuwe postbedrijven, zonder de vrees voor verstorend overheidsingrijpen, doorgaan met de uitvoering van de geldende cao en de daarin opgenomen flexibele ingroeiafspraken. Dat is een belangrijke winst voor de nieuwe postbedrijven.

auteur: Bob Verburg, Voorzitter Vereniging Grootgebruikers Post (VGP). De VGP vertegenwoordigt opdrachtgevers in de geliberaliseerde postmarkt. De leden zijn B2B, B2C en overheidsorganisaties. Ze realiseren gezamenlijk  circa 25% van de omzet op de Nederlands postmarkt.

Rate this post

Print Friendly